Chronische aandoening – Hypermobiliteitssyndroom (HMS)

Chronische aandoening – Hypermobiliteitssyndroom (HMS)

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Het hypermobiliteitssyndroom (HMS) is een erfelijke afwijking van het bindweefsel van de gewrichtsbanden en pezen. Door deze afwijking kunnen de banden en pezen hun steunende functie niet goed vervullen en dit maakt de gewrichten overbeweeglijk (hypermobiel) en instabiel. Hierdoor kunnen er vrij gemakkelijk geheel of gedeeltelijke ontwrichtingen optreden. Om het gebrek aan stabiliteit te compenseren nemen de spieren een gedeelte van de functie van de banden en pezen over. Deze moeten daardoor harder werken, en zullen dus sneller overbelast zijn.

Doordat het hypermobiliteitssyndroom nog een vrij onbekende chronische aandoening is, zijn er nog geen gegevens bekend over het aantal personen dat hier last van heeft. Wel is bekend dat het HMS vaker bij vrouwen voorkomt dan bij mannen en bij Aziaten en Afrikanen meer voorkomt dan bij blanke mensen. Ook over de erfelijkheid is nog weinig te vertellen. Wel is bekend dat de kans dat een kind van een HMS-patiënt de aandoening ook heeft groter is, in sommige families is dit zelfs tot 50% verhoogd.

HMS kan zowel bij kinderen als bij volwassenen ontstaan. Zij kunnen klachten hebben die variëren in duur, van 15 dagen tot 45 jaar. De symptomen van dit syndroom kunnen op elke leeftijd ontstaan, maar zijn bij de meeste mensen voor het 15e levensjaar aanwezig. De aandoeningen verschillen per persoon en lopen zeer sterk uiteen.

Het bevestigen dat iemand HMS heeft is lastig. Voor het stellen van die diagnose zou je afwijkingen moeten zien op bijvoorbeeld röntgenfoto's en uitkomsten van laboratoriumonderzoek en dit is bij mensen met HMS niet te zien.

Klachten en Symptomen

Te soepele gewrichten geven over het algemeen geen ernstige problemen. Als u toch klachten heeft, gaat het meestal om pijn of overbelasting van de spieren. Deze klachten kunnen acuut en kortdurend zijn, maar ze kunnen ook langer aanhouden.

Krijgt u toch klachten bij hypermobiliteit, dan begint het meestal met vage klachten zoals spierpijn en pijn in uw gewrichten. Daarna ontstaan vaak lage rugklachten.
Vervolgens kunt u ook pijn krijgen bij het traplopen of bij andere activiteiten die de knieën en enkels belasten. Uw gewrichten kunnen opzwellen als er vochtophoping ontstaat. De knieschijf schiet gemakkelijker uit de kom dan bij mensen die niet hypermobiel zijn.

Uw gewrichten zijn gevoeliger voor overbelasting. Daardoor is het risico groter dat u uw enkels, elle bogen of schouders verstuikt tijdens het sporten. Dit kan ook gebeuren bij andere activiteiten waarbij u grote bewegingen maakt. Door uw hypermobiliteit heeft u ook een wat verhoogd risico op een lichte afwijking aan uw wervelkolom (scoliose). Daardoor kunt u bijvoorbeeld rug- of nekpijn krijgen.

Als u te soepele bekkenbanden heeft, kan de pijn die daarbij hoort lijken op de pijn bij bekkeninstabiliteit:

  • lage rugpijn
  • pijn aan uw stuitje
  • pijn bij het opstaan (startpijn)

Door de hormonale veranderingen tijdens een zwangerschap kunnen uw banden sowieso soepeler worden.

Jonge kinderen met hypermobiliteit hebben meer kans op heupluxatie. Het lijkt er ook op dat hypermobiele kinderen zich in motorisch opzicht net iets langzamer ontwikkelen dan andere kinderen. Zij gaan bijvoorbeeld vaak wat later lopen. Maar deze motorische achterstand halen zij meestal vóór hun derde jaar weer in.

Bij sommige beroepen en hobby's is het handig om soepele gewrichten te hebben. Onder balletdansers, turners en muzikanten zijn dan ook relatief veel mensen met hypermobiliteit te vinden.

Diagnose en Oorzaak

Op een röntgenfoto is niet te zien dat uw banden en pezen te soepel zijn. Ook laboratoriumonderzoek en bloedonderzoek leveren bij mensen met hypermobiliteit geen afwijkende waarden op.

Stel uzelf de volgende vragen om vast te stellen of u hypermobiel bent:

  1. Kunt u uw pinken 90° of verder overstrekken?
  2. Kunt u uw duimen tegen uw onderarm leggen?
  3. Kunt u uw elle bogen met 10° overstrekken?
  4. Kunt u uw knieën met ongeveer 10° overstrekken?
  5. Kunt u als u voorover buigt uw handen plat op de grond leggen zonder uw knieën te buigen?

Is het antwoord op de meeste van bovenstaande vragen ja? Dan bent u waarschijnlijk hypermobiel.

Als u hierdoor ook klachten ondervindt, dan heeft u het hypermobiliteits-syndroom (HMS). Artsen verwarren dit syndroom wel eens met andere reumatische aandoeningen waarbij ook geen afwijkingen op foto's of in het bloed te zien zijn, zoals fibromyalgie.

Behandeling(en)

Wat de beste behandeling is bij hypermobiliteit hangt af van de klachten die u heeft. Het is in ieder geval goed om uw spieren te verstevigen. Ook kunnen bepaalde hulpmiddelen u misschien helpen.

Sommige spieren kunnen een deel van het werk van de gewrichtsbanden opvangen. Een fysiotherapeut kan u adviseren en helpen met oefeningen om de spieren rondom uw gewricht extra te verstevigen.

Als u ernstige klachten heeft, zijn orthesen soms geschikt. Dit zijn ondersteunende hulpmiddelen zoals een polsspalk, een SI-band of een halskraag.

U kunt ook baat hebben bij speciale zooltjes in uw schoenen of een eenvoudige hakverhoging die knieproblemen tegengaat. Een podotherapeut kan u hierover advies geven.
Ook bij andere behandelaars kunt u terecht voor behandeling en advies. Andere behandelaars zijn:

  • Reumatoloog
  • Neuroloog
  • Orthopedisch chirurg
  • Plastisch chirurg
  • Reumaverpleegkundige
  • Oefentherapeut
  • Ergotherapeut
  • Maatschappelijk werker
  • Psycholoog

Medicatie

Er zijn geen medicijnen om hypermobiliteit tegen te gaan. U kunt wel de klachten bestrijden, bijvoorbeeld met eenvoudige pijnstillers zoals paracetamol. Als u gezwollen en ontstoken gewrichten heeft, kunnen ontstekingsremmende pijnstillers(NSAID's) u helpen.

Welke aanvullende behandelingen zijn er mogelijk?

Mensen met reumatische klachten zoeken vaak naar alternatieve behandelingen voor hun aandoening. Sommigen merken hiervan effect. Maar overleg hierover vooraf altijd met uw specialist.

Wie een vorm van reuma heeft, wil vaak zelf iets kunnen doen aan zijn ziekte. Dan kan het zo zijn, dat u bij een alternatieve behandeling uitkomt. Sommigen zoeken hierin een oplossing als de gewone artsen niets meer te bieden hebben. Anderen hopen juist de klachten in het begin met een alternatieve of complementaire behandeling te bestrijden.

Effect

De meeste alternatieve en complementaire behandelingen hebben geen wetenschappelijk bewezen effect. Toch kan een dergelijke behandeling verlichting geven als aanvulling op de reguliere geneeskunde en uw vermoeidheid en pijn verminderen. U levert zelf een bijdrage. Alleen dát kan al helpen om op een positieve manier met uw ziekte om te gaan.

Goed informeren

Overweegt u een alternatieve of complementaire behandeling? Laat u dan altijd eerst goed informeren. Bepaal daarna zelf in welke methode u vertrouwen heeft.
Let op het volgende, als u naar een alternatieve of complementaire behandelaar wilt gaan:

  1. Overleg altijd eerst met uw specialist
  2. Stop nooit zomaar met de medicijnen die u nu gebruikt!
  3. Ga bij voorkeur naar een behandelaar die bij een beroepsorganisatie is aangesloten
  4. Vraag van tevoren wat u kunt verwachten van de behandeling, de duur, de kosten en dergelijke
  5. Informeer of de behandelaar rekening houdt met uw reguliere behandeling en, zo nodig, overleg pleegt met uw arts over de ingezette therapie of behandeling
  6. Informeer bij uw verzekeraar of deze de behandeling  of therapie vergoedt

Bronnen: Wikipedia, Reumafonds.nl, hms-edsplatform.nl, Gezondheidsplein

Advertenties

Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Zoeken