Chronische Aandoening - Reumatoïde artritis

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Chronische Aandoening - Reumatoïde artritis

 

Reumatoïde artritis of R.A. is een ontsteking van het synovium (= slijmvlies) in gewrichten, die bij 1 à 2% van de bevolking voorkomt. Regelmatig zijn ook peesscheden en slijmbeurzen bij het ontstekingsproces betrokken. De term reuma omvat in de volksmond (en in de terminologie van de reumastichting) vele ziekten. Reumatoïde artritis, artrose, fibromyalgie, de ziekte van Bechterew en jicht zijn een paar voorbeelden hiervan. Voor artsen is 'reuma' echter meestal specifiek een aanduiding voor reumatoïde artritis.

Een algemene etiologische of pathogenetische factor die de aanleiding geeft tot het ontstaan van reumatoïde artritis is nog niet gevonden. De klachten worden veroorzaakt door de vorming van lysosomale enzymen (afbrekende enzymen oftewel hydrolytische enzymen) die ter plekke worden geproduceerd door cellen van het immuunsysteem, dus betreft het een auto-immuunproces.

Deze lijkt op een type IV overgevoeligheidsreactie, vanwege de betrokkenheid van CD4 T-cellen (TH1 en TH2 cellen) en die van CD8 cytotoxische T-cellen bij de bevordering van macrofagen van het immuunsysteem en vernietiging door B-cellen in apoptose (geprogrammeerde celdood). Hoewel zeer velen in de bevolking gewrichtsklachten hebben die ze met 'reuma' aanduiden, is reumatoïde artritis in strikte zin relatief zeldzaam, en gaat zij gepaard met alle ontstekingsreacties: pijn/zwelling/warmte/roodheid en functieverlies tot en met vergroeiing van de aangedane gewrichten. Naast gewrichten kan reumatoïde artritis echter vrijwel alle orgaansystemen aantasten. De meeste mensen met reumatoïde artritis kunnen met de huidige stand van behandeling een redelijk normaal leven leiden. Er is echter een kleine groep patiënten die op den duur ernstig geïnvalideerd raakt of zelfs komt te overlijden.

Klachten en Symptomen

Bij reumatoïde artritis (RA) verlopen de gewrichtsontstekingen vaak grillig. U kunt er enkele dagen of weken meer last van hebben. U kunt zich grieperig voelen, en ook erg vermoeid. In een later stadium kunnen er complicaties optreden, zoals een gescheurde pees of een bloedvatontsteking.

Bij een beginnende ontsteking merkt u soms nog niets aan het gewricht. Later heeft u bijvoorbeeld pijn onder de bal van uw voeten bij het lopen, last van stijve vingers of opgezette handen. Een ontstoken gewricht doet pijn, is warm en gezwollen en u kunt het minder goed bewegen. Vooral 's ochtends, of als u lange tijd in dezelfde houding heeft gezeten, kan het gewricht stijf en pijnlijk zijn. Pijn kan uw nachtrust hierbij (ernstig) verstoren.

De ontstekingen verlopen veelal erg grillig. Soms heeft u een aantal dagen, soms weken, meer last. Verder kunnen de ontstekingen wisselend in verschillende gewrichten voorkomen. Ook op één dag kunt u verschil voelen. 's Ochtends heeft u bijvoorbeeld vaak veel meer klachten dan 's middags.
 
Vermoeidheid is een andere klacht van veel mensen met reumatoïde artritis. Het is een overheersend symptoom van de ziekte en uit zich door gebrek aan energie. Omdat de ontsteking vaak bloedarmoede veroorzaakt, draagt dit ook bij aan de moeheid. Ook kan het lijken of u een griep onder de leden heeft, met koorts, zwakte en weinig eetlust.

Niet alleen uw gewrichten, maar ook uw pezen, slijmbeurzen en spieren kunnen meedoen in het ziekteproces en last geven. Ze kunnen stijf worden en verzwakken. Hierdoor wordt u minder beweeglijk en gaat uw conditie achteruit.

Door de gewrichtsontstekingen heeft u een hoger risico om hart- of vaatziekten te krijgen dan mensen zonder RA. Dit komt doordat de ontstekingen de vaatwanden doen verkalken en van kwaliteit doen veranderen. Dat geeft meer risico op dichtslibben van de vaten wat weer kan leiden tot een hartaanval of een beroerte.

Het is voor u dus extra belangrijk om andere risicofactoren zoveel mogelijk te beperken. De risicofactoren die, naast de RA, een verhoogd risico op hart- en vaatziekten kunnen geven zijn onder meer:

  • Roken
  • Verhoogde bloeddruk
  • Te hoog cholesterolgehalte in het bloed
  • Suikerziekte
  • Overgewicht

Overlegt u met uw arts of u extra risico loopt, en wat u en uw arts daar samen aan kunnen doen. Als dat nodig is kan uw arts u voor verhoogde bloeddruk of een hoog cholesterolgehalte behandelen of u ondersteuning bieden bij stoppen met roken.

Reumatoïde artritis kent een wisselend verloop. U kunt het idee hebben dat u steeds verder achteruitgaat. Maar ook per dag kunnen er kleine schommelingen voorkomen. De ziekteactiviteit is toegenomen als u over een periode van meer dan twee weken het idee heeft dat:

  • u futlozer bent
  • u stijver bent en in steeds meer gewrichten pijn krijgt
  • u meer behoefte heeft aan pijnstillers
  • een ontstekingsremmende pijnstiller (NSAID) niet meer werkt
  • uw dagelijkse bezigheden nog moeilijker gaan dan eerst
  • u meer gezwollen gewrichten heeft

U kunt in al deze situaties het beste contact opnemen met uw arts.

Diagnose

Reumatoïde artritis is (nog) een klinische diagnose, die wordt gesteld op de klachten en verschijnselen van de patiënt, zonder dat laboratoriumonderzoek daar een grote rol bij speelt. De Amerikaanse reuma-associatie hanteert de volgende criteria:

5 van de volgende moeten ten minste 6 weken aanwezig zijn:

  • ochtendstijfheid
  • pijn in ten minste 1 gewricht bij beweging
  • zwelling door verdikking van weke delen in ten minste 1 gewricht
  • ten minste een ander gewricht met zwelling van de weke delen
  • slechte mucine(= slijmstof)-neerslag uit synoviale (= gewrichtssmerende) vloeistof
  • karakteristieke histologische veranderingen in het synovium(= slijmvlies)
  • karakteristieke histologie van noduli (= bobbel op spier of pees)

Daarbij mogen er geen andere aandoeningen zijn die deze klachten kunnen verklaren.

In 2000 is een test ontwikkeld die antistoffen ontdekt die alleen bij mensen met reumatoïde artritis lijken voor te komen, de anti-CCP test. (CCP = cyclic citrullinated peptide). Anti-CCP in het bloed betekent meestal dat iemand R.A heeft of R.A zal krijgen. Dit is een veel specifiekere test dan de al veel langer bekende reumafactor (RF) bepaling. RF kan namelijk ook gevonden bij gezonde oudere personen en patiënten met andere auto-immuunziekten en infectieziektes. RF-bepaling en latexfixatietest kunnen worden gebruikt als uit het lichamelijk onderzoek blijkt dat slechts ten dele aan de criteria voor de diagnose RA is voldaan.

Voor het stellen van de diagnose reumatoïde artritis is röntgenonderzoek in de regel niet noodzakelijk. Alleen indien de patiënt op basis van gegevens verkregen door middel van anamnese en lichamelijk onderzoek niet geheel voldoet aan de criteria voor het stellen van de diagnose reumatoïde artritis én de latexfixatietest een negatieve uitslag oplevert, kunnen röntgenologisch vastgestelde erosies de doorslag geven bij het stellen van de diagnose. Röntgenonderzoek blijft in dit geval beperkt tot de handen/polsen en de voorvoeten, omdat erosie van bot op die plaatsen het eerst optreedt.

Erosies vroeg in het ziektebeloop wijzen op gewrichtsschade en zijn een teken van de ernst en de progressie van de reumatoïde artritis. Weliswaar correleert hun aanwezigheid niet altijd goed met de klachten en functionaliteit, maar ze vormen wel een belangrijke maat voor de progressie van de ziekte.

Reumatoïde artritis is niet erfelijk, hoewel het in sommige families vaker voorkomt. Echter, polymorfismes in de genen PTPN22, MHC2TA en PADI4 worden met RA in verband gebracht. Bij personen die roken, die tevens drager zijn van HLA-DRB1 SE allelen, zou deze combinatie aanleiding kunnen geven tot het ontstaan van RA.

Reumatoïde artritis kan op iedere leeftijd naar buiten komen. Tot de leeftijd van 45 jaar is de man/vrouw verhouding 1:3, op hogere leeftijd worden de verschillen tussen beide geslachten geringer. Onder de leeftijd van 16 jaar spreekt men van juveniele artritis.

Er blijkt een omgekeerd verband te bestaan tussen voorkomen van reumatoïde artritis en tuberculose. Er schijnt ook een verband te bestaan met verschillende herpes-virussen.

Oorzaken

Ondanks veel onderzoek is nog niet bekend waardoor reumatoïde artritis wordt veroorzaakt. Vermoedelijk raakt het afweersysteem ontregeld door een samenspel van erfelijke aanleg en omgevingsfactoren, zoals roken. Het afweersysteem slaat 'op hol', waardoor er bepaalde stoffen vrijkomen. Deze vrijkomende ontstekingsfactoren veroorzaken ontstekingen in gewrichten, pezen, spieren of organen, en soms ook in bloedvaten of rond zenuwen. De ontstekingen zijn meestal chronisch.

Bij reumatoïde artritis 'vergissen' de afweercellen zich. Ze ruimen niet alleen indringers van buiten op, maar gaan ook gewrichten en gewrichtskapsels van het eigen lichaam te lijf. De normale afweer richt zich dus tegen het eigen lichaam. Dit soort ziekten heet ook wel auto-immuunziekten. Reumatoïde artritis gaat gepaard met ontstekingsverschijnselen, zoals een verhoogde lichaamstemperatuur, pijn, zwelling en warm worden van het gewricht. Deze verschijnselen zorgen ervoor dat u het gewricht niet goed meer kunt bewegen.

Omdat de oorzaak van reumatoïde artritis dus nog niet bekend is, is de ziekte niet te voorkómen. Wel is steeds meer bekend over de manier waarop het afweersysteem ontregeld raakt en over de ontstekingseiwitten die daarbij vrijkomen. Er zijn medicijnen (biologicals) ontwikkeld die de ontstekingseiwitten goed aanpakken. Uw afweersysteem wordt met deze middelen 'stilgelegd', waardoor de reumatische ontstekingen tot rust komen. Omdat het afweersysteem dan minder actief is, wordt de gevoeligheid voor infecties iets groter.

Reumatoïde artritis is, waarschijnlijk, geen erfelijke ziekte. Maar er zijn aanwijzingen dat erfelijke factoren iets meer kans geven op het ontwikkelen van reumatoïde artritis. Daardoor komt het in bepaalde families vaker voor. Maar dat is voor dit moment geen reden om af te zien van het krijgen van kinderen. Momenteel vindt verder onderzoek plaats naar de rol van deze erfelijke factoren.

Naast erfelijke factoren zijn ook omgevingsfactoren van belang bij het ontstaan van reumatoïde artritis. Roken is een belangrijke risicofactor bij het ontstaan van reumatoïde artritis en zorgt er ook voor dat sommige medicijnen minder effectief zijn.

Oorzaken van verslechtering kunnen zijn:

  • Een veranderde werking van lever of nieren, bijvoorbeeld door andere ziekten of door andere medicijnen. Hierdoor zijn de medicijnen minder goed in te stellen en kan de ziekte weer opspelen
  • Veranderingen in de hormoonhuishouding, zoals tijdens de menopauze. Of hormoontherapie in dat geval helpt, wordt nog onderzocht
  • Stress

Behandeling(en)

Als u reumatoïde artritis heeft, dan krijgt u te maken met verschillende behandelaars, zoals een reumatoloog, reumaverpleegkundige en oefen- of fysiotherapeut. Of in een later stadium, met de podotherapeut of orthopedisch schoenmaker. Misschien wordt u verwezen naar een orthopedisch chirurg, als de gewrichten schoongemaakt moeten worden of als er kunstgewrichten nodig zijn. De plastisch chirurg kan hier ook een rol in spelen. Na een gewrichtsvervangende operatie kan het zo zijn dat u naar een revalidatiearts wordt verwezen.

Bij reumatoïde artritis kunnen kuren mogelijk nuttig zijn.

Hieronder tevens nog enkele punten die bevorderend (kunnen) werken bij R.A.

  • Een droog en mild klimaat doet de klachten vaak wat afvlakken
  • De eerste weken nadat de diagnose RA is gesteld kan een NSAID of COX-2-remmer worden gebruikt. Van zowel NSAIDs als COX-2-remmers is bekend dat ze de bloeddruk kunnen laten stijgen. COX-2-remmers zijn niet effectiever dan NSAIDs, wel veel duurder.
    • NSAIDs zoals diclofenac, ibuprofen, meloxicam en indometacine zijn klassieke pijnstillers/ontstekingsremmers die pijn en stijfheid kunnen verminderen. Ze vertragen het voortschrijden van de ziekte niet. NSAIDs kunnen bij langdurig gebruik maag-darmzweren en bloedingen veroorzaken, en worden daarom gecombineerd met een protonpompremmer.
    • COX-2-remmers hebben een 50 procent lager risico op het krijgen van een maag- of duodenumzweer, vergeleken met NSAIDs. Voorbeelden zijn etoricoxib (Arcoxia) en celecoxib (Celebrex). Echter, vergeleken met de combinatie NSAID + protonpompremmer bieden ze geen voordelen met betrekking tot de gastrointestinale bijwerkingen.
  • Corticosteroïden zijn sterke middelen die de ontstekingsreacties zoals die bij R.A. (en andere ziekten) volkomen onderdrukken. Vanaf de jaren 50 werd cortison voorgeschreven, ondanks de bijwerkingen. In lage doses (< 10 mg prednison of prednisolon per dag) worden ze door zo'n 30 tot 60 procent van de patiënten gebruikt. Zeer bekend zijn helaas de bijwerkingen; dunner wordende huid, cataract, osteoporose en hoge bloeddruk. Om osteoporose tegen te gaan dienen calcium en vitamine D gesupplementeerd te worden. Een bisfosfonaat kan het risico op fracturen verlagen in geval van osteoporose. Corticosteroïden kunnen een gunstig effect hebben op atherosclerose, waarmee de nadelige effecten ervan op de vaatwand als het ware worden gecompenseerd.
  • DMARD's (disease-modifying anti-rheumatic drugs), synthetische en biologicals. Goed beleid is het snel, en aanhoudend onderdrukken van de ontstekingsreacties door gebruik van een DMARD.
    • synthetische DMARDs zijn methotrexaat, leflunomide, azathioprine, antimalariamiddelen als chloroquine en hydroxychloroquine, goudverbindingen, sulfasalazine.
    • biologische DMARDs: TNF-alfa-remmers (infliximab (Remicade), etanercept (Enbrel), adalimumab (Humira)), interleukineremmers (anakinra (Kineret)), golimumab (Simponi)

Voor alle DMARDs geldt dat zij meestal alleen door een reumatoloog worden voorgeschreven. Naast methotrexaat moet in principe ook foliumzuur gebruikt worden om de negatieve effecten van methotrexaat zo veel mogelijk tegen te gaan. Dit mag echter niet op dezelfde dag als methotrexaat gebruikt worden.

Advertenties

Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Zoeken